Ik had haar eigenlijk al verwacht voor haar bloedafname.
Twijfel bekroop me.
Was ze stilletjes afgehaakt?
Mijn wijsvinger bleef heel even boven ‘Verzenden’ hangen.
Toen klikte ik.
“Ik ben benieuwd hoe het met je gaat. Heb je iets meegenomen uit ons gesprek? Loop je ergens vast? Ik hoor het graag.”
Zes weken eerder kwam ze op consult.
“Zou er hormonaal iets verstoord zijn?”
Ze hoopte dat een bloedonderzoek kon verklaren waarom ze zich emotioneel uit balans voelde.
Ik vroeg hoe ze bij die vraag was gekomen.
Er volgde een bloemlezing van zelfkritiek.
Ik wilde haar niet alleen ontmoeten in haar twijfel.
Gaandeweg mengde zich nog iemand in het gesprek.
Een vrouw die heel graag goed voor zichzelf wilde zorgen.
Het bloedonderzoek bleef op tafel.
Alleen niet als eerste stap.
Eerst iets kleiners.
Een voedzaam ontbijt als fundament voor de dag.
Eén ingeloste belofte aan zichzelf.
Een maand lang.
Zes weken later schreef ze:
“Ik heb een maand mijn ontbijt gefocust op meer proteïnen en eigenlijk ging dat wel vlot.
Wat ik vooral besefte nadat de meeste emotie gezakt was, is dat het niet gaat om ‘de juiste’ gewoonte, maar vooral over wat goed voelt voor mij en waar ik naartoe wil.”
Ik las haar mail opnieuw.
En nog eens.
Ik keek op.
Mijn blik bleef hangen op het whiteboard aan de muur.
De woorden hadden hun weg gevonden.




